UPC_CFI_556/2024; UPC_CFI_216/2024 – Cretes v Hyler
- Court
- Local Division Brussels
- Date
- Outcome
- Granted
- Sector
- Other
- Decision Type
- PROCEDURAL
Expert Commentary
Settlement (R. 365 RoP) Facts 1. During the interim conference, the judge-rapporteur (“JR”) suggested a settlement. The JR gave the parties until 29 August 2025 to inform the Court if a settlement was reached. 2. The parties informed the Court that a settlement was reached. 3. The parties requested to confirm the settlement and to order confidentiality with respect to the complete content of the settlement agreement. No cost decision was necessary. 4. Both parties requested a 40% reimbursement of the paid court fees (€ 11,000). The Court The Court granted the request except for the return of fees. The provisional value of the litigation was too low, and after calculation of the full fee that for court costs which the parties should have paid and deducting the 40% return, both parties received € 2,000 each. Comment 1. This is a correct settlement under R. 365 RoP with complete secrecy regarding the content. 2. The two representatives argued that the JR had promised during the interim conference that the Court fees would not be increase if there was a settlement. However, even assuming this was true, they did apparently not check the order issued after the interim conference, which did not reflect this! 3. The JR clearly wanted to impress with very extensive considerations about the different Rules in order to come to a very simple calculation of what money should be returned. If I had been the JR, the parties would not have received the € 2,000 because of the extra work caused by an untenable interpretation of the post-interim conference order.
Full Decision Text
Brussel - Lokale Divisie UPC_CFI_216/2024 (ACT_25743/2024) UPC_CFI_556/2024 (CC_53420/2024) Definitieve Beslissing (II) in toepassing van R. 365 (1) RoP Van het Gerecht van Eerste Aanleg van het Eengemaakt Octrooigerecht (UPC) Lokale Afdeling Brussel Gewezen op 7 oktober 2025 Headnotes 1. Partijen hebben, na het bereiken van een dadingsovereenkomst en de bevestiging hiervan in toepassing van R. 365 (1) RoP, recht op terugbetaling van reeds betaalde griffierechten rekening houdende met de nog openstaande griffierechten en dit in toepassing van R. 370(9)(c) RoP en, subsidiair, R. 370(9)(e) RoP. 2. De RoP beperken het Gerecht niet in diens beoordelingsvrijheid om in een pragmatische oplossing te voorzien m.b.t. de te betalen en terug te betalen griffierechten in de aanloop van en lopende een bemiddelingstraject tussen partijen. Keywords 1. Bevestiging van een dadingsovereenkomst (R. 365 (1) RoP) 2. Terugbetaling griffierechten (R. 370(9)(c) RoP) 3. Vermindering terug te betalen griffierechten (R. 370(9)(e) RoP EISER INBREUKVORDERING (ACT_25743/2024) / VERWEERDER GELDIGHEIDSVORDERING (CC_53420/2024): CRETES NV : Bissegemstraat 169 - 8560 - Wevelgem (België) Vertegenwoordigd door: Mr. Pieter Callens, Mr. Fay Reynaert, Mr. Hans Verstrepen, advocaten, kantoorhoudende te 8500 Kortrijk, President Kennedypark 30A; Mevrouw Ellen Crabbé, octrooigemachtigde, kantoorhoudende te 9051 Sint-Denijs-Westrem, Pottelsberghelaan 24 (België). Hierna aangeduid als “CRETES” VERWEERDER INBREUKVORDERING (ACT_25743/2024) / EISER GELDIGHEIDSVORDERING (CC_53420/2024): HYLER BV : Oude Gentstraat 28A – 8760 Meulebeke (België) Vertegenwoordigd door: Mr. Kristof Roox, Mr. Eline Van Bogget en Mr. Margaux Dejonghe, advocaten, kantoorhoudende te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7 (België); De heren Paul Hylarides en Anson Van Rooij, octrooigemachtigden, kantoorhoudende te 5611 Eindhoven (Nederland), Emmasingel 23. Hierna aangeduid als “HYLER” OCTROOI(EN) WAAROP HET GESCHIL BETREKKING HEEFT Octrooi nr. Octrooihouder(s) • EP3993602 CRETES NV • EP4284152 CRETES NV TAAL VAN DE PROCEDURE: NEDERLANDS PANEL/AFDELING: LD Brussel met het panel bestaande uit: • Voorzitter / Rechter-Verslaggever: Samuel Granata • Juridisch gekwalificeerde rechter: András Kupecz • Juridisch gekwalificeerde rechter: Daniel Voß • Technisch gekwalificeerde rechter: Bernard Ledeboer BESLISSENDE RECHTER(S): Onderhavige definitieve beslissing wordt uitgevaardigd door de LD Brussel (volledig panel). VOORWERP VAN DE PROCEDURE (ORDER): Bevestiging van de dading door het Gerecht (R. 365 (1) RoP) en terugbetaling van griffierechten PROCEDURELE ACHTERGROND 1. Op 24 april 2025 werd een beschikking gewezen in toepassing van R. 105(5) RoP waarin (o.a.) partijen werden verzocht het Gerecht uiterlijk op 22 augustus 2025 mee te delen of een bemiddelde oplossing kon worden bereikt. Na verzoek hiertoe werd, bij beschikking gewezen op 22 augustus 2025, deze termijn verlengd tot 29 augustus 2025. 2. Op 29 augustus 2025 ontving de griffie bij de LD Brussels het bericht van partijen dat dergelijke bemiddelde oplossing (in de vorm van een dadingsovereenkomst) werd bereikt. 3. Bij schrijven van 5 september 2025 (gericht aan de griffie van de LD Brussel) verzocht de raadsman van CRETES als volgt: • de dadingsovereenkomst te bevestigen bij beslissing van Uw Eengemaakt Octrooigerecht en deze beslissing uitvoerbaar te verklaren als eindbeslissing overeenkomstig Rule 365.1 RoP; • de volledige inhoud van de dadingsovereenkomst vertrouwelijk te houden ten aanzien van het publiek overeenkomstig Rule 365.2 RoP; • te noteren dat de Partijen een akkoord hebben bereikt over de kosten, zodat geen beslissing krachtens Rule 365.4 RoP vereist is. Verder verzocht CRETES, in toepassing van R. 370(9)(c)(ii) RoP de terugbetaling van 40% van de reeds betaalde griffierechten (i.e. 40% van € 11.000). Dit schrijven werd initieel niet opgeladen als een verzoek R. 365(1) RoP. Het opladen ervan gebeurde na de overgang naar het nieuwe CMS zodat geen UPC-verzoeknummer meer werd toegekend. 4. Bij verzoek van 17 september 2025 (App_37020/2025) verzocht HYLER als volgt: In toepassing van Rule 365.1 van de RoP informeer ik Uw Eengemaakt Octrooigerecht dat Hyler en Cretes een dading hebben bereikt en verzoek ik u om de dadingsovereenkomst te homologeren. In toepassing van Rule 365.2 van de RoP verzoek ik u tevens om de inhoud van de dadingsovereenkomst vertrouwelijk te houden. Tot slot informeer ik u dat de partijen een akkoord hebben bereikt over de kosten, zodat geen beslissing krachtens Rule 365.4 RoP vereist is. Overigens zou ik Uw Eengemaakt Octrooigerecht met eerbied willen verzoeken om 40% van de door Hyler betaalde gerechtskosten van EUR 11.000 (Bijlage 1), hetzij EUR 4.400, terug te betalen ten belope van 40%, en dit in toepassing van Regel 370.9(c)(ii) RoP. Deze terugbetaling kan plaatsvinden op het rekeningnummer van Hyler met nummer BE62 0018 2632 2161. 5. Bij beschikking gewezen op 24 april 2025 in toepassing van R. 105(5) RoP (hierna aangeduid als “R.105(5) RoP-Beschikking”)onder randnummer 5 en 6 (en gehandhaafd bij verlengingsbeschikking van 22 augustus 2025) werd als volgt geoordeeld omtrent de waarde van de zaak en de griffierechten: B.2. Waardering van de zaak en Terugvorderbare kosten van het geschil 5. In voorlopige beschikking (ORD_69215/2024 werd aangegeven dat de Rechter-Verslaggever de waardering van de zaak en de terugvorderbare kosten van het geschil, zoals overeengekomen tussen partijen herneemt en bevestigt als volgt: Waarde van de zaak/geschil m.b.t. de griffierechten: • Inbreukvordering in de schijf tussen € 750.001 en € 1.000.000, hetgeen een griffierecht vertegenwoordigd van € 11.000 (reeds betaald) vermeerderd met € 4.000 (nog te voldoen). • Tegenvordering in toepassing Beslissing van het Administratieve Commissie van 8 juli 2022 m.b.t. de griffierechten (onder III. “Other procedures and Actions (Court of First Instance”) bedraagt dezelfde als de inbreukvordering m.a.w. € 11.000 (reeds betaald) vermeerderd met € 4.000 (nog te voldoen). Waarde van de zaak/geschil m.b.t. het plafond van terugvorderbare kosten: • in de schijf van € 1.000.001 en € 2.000.000 hetgeen een plafond inhoudt van € 200.000. 6. Verder werden partijen geïnformeerd dat: • indien geen bemiddelde oplossing wordt bereikt en de zaak dient gepleit te worden voor de UPC, deze bijkomende (nog openstaande) bedragen dienen overgemaakt te worden voorafgaandelijk de mondelinge behandeling van de zaak (waarbij in de definitieve beschikking, afhankelijk van de relais-datum, een uiterlijke datum zal worden bepaald)(zie verder onder randnummer 15). • indien een bemiddelde oplossing wordt bereikt, rekening zal worden gehouden met deze nog openstaande bedragen en dit in het licht van de eventueel terug te betalen griffierechten. 6. Onder randnummer 15 van de R.105(5) RoP-Beschikking werd dan als volgt bepaald m.b.t. de openstaande griffierechten indien geen bemiddelde oplossing zou worden bereikt: Actie Uiterlijke datum (…) (…) indien geen bemiddelde oplossing wordt bereikt en de zaak dient 1 september 2025 beoordeeld te worden door de UPC, dienen de bijkomende (nog openstaande) griffierechten te worden overgemaakt (…) (…) 7. Bij voorlopige beslissing van 18 september 2025 verzocht het Gerecht schriftelijke opmerkingen omtrent het volgende: 6. (…) Wenst het Gerecht schriftelijke commentaren te ontvangen van partijen omtrent de hoogte van de terug te betalen griffierechten en dit in het licht van de beschikking gewezen in toepassing van R. 105 (5) RoP op 24 april 2025 (en gehandhaafd bij verlengingsbeschikking van 22 augustus 2025). Deze beschikking zou kunnen aanleiding geven tot een recht op terugbetaling van € 2.000 (in tegenstelling van de gevorderde € 4.400), als volgt berekend (waarbij dezelfde berekening dient toegepast zowel m.b.t. inbreukvordering als de tegenvordering): Reeds betaalde griffierechten € 11.0000 Nog te betalen griffierechten (in lijn met de beschikking van 24 april 2025) € 4.000 Totaal € 15.000 Terug te betalen griffierechten (van de reeds betaalde griffierechten) € 4.400 60% van nog te betalen griffierechten nog te voldoen (i.e. verschil tussen nog te -€ 2.400 betalen griffierechten verminderd met het terug te betalen bedrag (40%) zouden de griffierechten zijn voldaan) Mogelijk totaal terug te betalen griffierechten aan elk van de partijen € 2.000 8. Bij onderscheiden schrijvens van 26 september 2025 maakten partijen hun schriftelijke opmerkingen over. STELLING VAN PARTIJEN 9. De stellingen van partijen zijn gelijkaardig en kunnen als volgt worden samengevat: • De bij te betalen griffierechten van € 4.000 (als weergegeven in de R.105(5) RoP-Beschikking) werd pas opeisbaar vanaf 1 september 2025. Dit zou voortvloeien uit de beschikking van 24 april 2025 waarin gesteld werd dat indien geen bemiddelde oplossing werd bereikt de bijkomende griffierechten pas opeisbaar werden vanaf 1 september 2025. Gezien partijen het Gerecht op de hoogte brachten voorafgaandelijke deze datum van de bereikte dadingsovereenkomst, kan er geen sprake zijn van opeisbare (bijkomende) griffierechten. • De letterlijke tekst van R. 370.9(c) RoP voorziet enkel in een systeem van “terugbetaling”. Deze bepaling kan enkel betrekking hebben op het terugbetalen van griffierechten die werkelijk betaald werden. BEOORDELLING 9. Het Gerecht oordeelt dat partijen slechts recht hebben op de terugbetaling van € 2.000 en motiveert dit als volgt: • De beschikking gewezen op 24 april 2025 in toepassing van R. 105 (5) RoP is duidelijk en niet voor interpretatie vatbaar. Daarin worden partijen op de hoogte gebracht dat: o indien een bemiddelde oplossing wordt bereikt, rekening zal worden gehouden met deze nog openstaande bedragen en dit in het licht van de eventueel terug te betalen griffierechten. • De opeisbaarheid waarnaar partijen verwijzen (1 september 2025) heeft betrekking op de omstandigheid dat partijen géén bemiddelde oplossing zouden vinden. Deze situatie deed zich niet voor zodat de opeisbaarheidsdatum (- en argumentatie) geen doel kan treffen na het bereiken van een bemiddelde oplossing. • Dat niet onmiddellijk bijkomende griffierechten van € 4.000 per partij werd opgeëist, betreft een pragmatische oplossing waarbij niet eerst deze som werd opgeëist om dan later 40% van deze som te moeten terug betalen indien een bemiddelde oplossing werd bereikt waarbij het Gerecht een optimale onderhandelingskader nastreeft opdat een bemiddelde oplossing kon worden bereikt en opdat geen nutteloze overschrijven dienden gemaakt te worden. Er ligt geen regel voor in de RoP die een dergelijke pragmatische aanpak in de weg staat. Méér nog het Gerecht dient steeds een pragmatische aanpak te benaarstigen in het belang van partijen. • De letterlijke lezing van R. 370(9)(c) RoP staat bovenstaande pragmatische aanpak evenmin in de weg. R. 370(9 (c) RoP stelt als volgt: “If the parties have concluded their action by way of settlement the party liable for the Court fees will be reimbursed by: (…)” Deze regel stelt dat een partij die “aansprakelijk” (“liable”) voor de griffierechten recht heeft op de “terugbetaling” van een bepaald percentage van de griffierechten indien een akkoord tussen partijen wordt bereikt. Uit de R.105(5) RoP-Beschikking blijkt duidelijk dat elk van de partijen “aansprakelijk” is voor betaling van een bijkomende som aan griffierechten (i.e. € 4.000 per partij). Gezien deze aansprakelijkheid dient deze openstaande som te worden meegenomen in het recht op terugbetaling van de reeds betaalde sommen (€ 11.000), hetgeen als dusdanig werd weergegeven in de R.105(5) RoP-Beschikking. • Subsidiair kan trouwens worden gewezen op de toepassing van R. 370(9)(e)RoP waarin als volgt wordt gesteld “In exceptional cases, having regard, in particular, to the stage of the proceedings and the procedural behaviour of the party, the Court may deny or decrease the reimbursement payable according to paragraph 9 (b) and (c) of the aforementioned provisions.” De pragmatische oplossing die door het Gerecht werd bepaald in de R.105(5) RoP-Beschikking, kan in toepassing van bovenstaande regel worden beschouwd als een uitzonderlijke situatie rekening houdend met de fase van de procedure waarbij alvorens de interim procedure werd afgesloten en partijen aangaven een bemiddelde oplossing te betrachten, de openstaande griffierechten nog niet werden opgeëist en dit om de bemiddelingsprocedure alle slaagkansen te geven. Deze situatie heeft dan ook aanleiding gegeven tot een vermindering van de terug te betalen griffierechten rekening houdend met de nog openstaande griffierechten die partijen nog dienden te voldoen. BESLISSING Het Gerecht beslist als volgt (na partijen gehoord te hebben): 1. Beëindigt de volgende UPC -procedures na het bereiken van een bemiddelde oplossing: o UPC_216/2024 (ACT_25743/2024) o UPC_556/2024 (CC_53420/2024) 2. Bevestigt de door partijen neergelegde dadingsovereenkomst in toepassing van R. 360 (1) RoP (R. 11 (2) RoP). 3. Beveelt het vertrouwelijk houden ten aanzien van het publiek van de volledige inhoud van de dadingsovereenkomst in toepassing van R. 365 (2) RoP. 4. Bevestigt, in toepassing van R. 365 (4) UPC, dat partijen tot een overeenstemming kwamen in het kader van de dadingsovereenkomst omtrent de verdeling van de kosten en bevestigt deze verdeling als dusdanig. 5. Beveelt de Registrar van de UPC om volgende sommen terug te betalen aan de respectievelijke partijen: o Aan de NV CRETES € 2.000 en dit in het licht van de beëindiging van de procedure gekend als UPC_216/2024 (ACT_25743/2024) o Aan de BV HYLER € 2.000 en dit in het licht van de beëindiging van de procedure gekend als UPC_556/2024 (CC_53420/2024) Gewezen op 7 oktober 2025 door het volledige panel bestaande uit de heer S. GRANATA, de heer A. KUPECZ, de heer D. Voß en de heer B. Ledeboer: Samuel GRANATA Samuel Rocco Digitally signed by Samuel Rocco M Granata Rechter-Verslaggever / Voorzitter M Granata Date: 2025.10.07 11:44:53 +02'00' András Kupecz András Ferenc Digital unterschrieben von András Ferenc Kupecz Kupecz Datum: 2025.10.07 09:14:04 +02'00' Daniel Voß Digital unterschrieben von Daniel Voß Daniel Voß Datum: 2025.10.07 08:18:56 +02'00' Bernard Ledeboer Bernard Christiaan Digitally signed by Bernard Christiaan Ledeboer Ledeboer Date: 2025.10.07 09:33:57 +02'00' Griffier LD Brussel DÉBORAH PATRICIA Signature numérique de DÉBORAH PATRICIA A PLETINCKX A PLETINCKX Date : 2025.10.07 13:29:23 +02'00' Informatie over beroep Overeenkomstig R. 363(2) RoP is deze beslissing een definitieve beslissing in de zin van R. 220(1)(a) RoP. Tegen deze beslissing kan derhalve beroep worden ingesteld bij het hof van beroep door elke partij die geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, binnen twee maanden na de datum van kennisgeving ervan (Art. 73, lid 1 UPCA, R. 220(1-(a), R. 224 (1)(a) RoP). DETAILS VAN DE ZAAK (OUD CMS): Actie-nummer (a): Ord_XXX/2025 App_XXXX/2025 (niet opgeladen in het oud CMS) Actie-nummer (b): Ord_37148/2025 - App_37020/2025 (a) Procedure nummer: ACT_25743/2024 UPC nummer: UPC_CFI_216/2024 Aard van de vordering: Inbreukvordering (b) Procedure nummer: CC_53420/2024 UPC nummer: UPC_CFI_556/2024 Aard van de vordering: Geldigheidsvordering
Key Holdings
- Settlement reached and confirmed under R. 365 RoP.
- Confidentiality of settlement terms granted.
- Request for 40% fee reimbursement largely denied due to low provisional value calculation.
Tags
- Confidentiality
- Court Fees
- Settlement
Related Cases
- UPC_CFI_407/2025; UPC_CFI_408/2025 – Organon v Genentech
- UPC CFI 415/2025 – CooperSurgical, Inc. v European Distribution Center Motiva BVBA, Establishment Labs S.A., PulseLavage AB
- UPC CFI 407/2025 & 408/2025 – GENENTECH INC., F. HOFFMANN – LA ROCHE AG v. NV ORGANON, ORGANON HEIST B.V.
- UPC CFI 582/2024 – BARCO NV v YEALINK (XIAMEN) NETWORK TECHNOLOGY Co. Ltd. and YEALINK (EUROPE) NETWORK TECHNOLOGY BV
- UPC_CFI_1357/2025 – Labs v GC Aesthetics