UPC_CFI_871/2026 – In(k)control v Esko
- Court
- Local Division Brussels
- Date
- Outcome
- Granted
- Sector
- Other
- Decision Type
- PROCEDURAL
Expert Commentary
Extension of time limits after a stay Facts 1. After the case had been stayed, the proceedings were resumed after 1 September 2026. 2. The JR decided that the three-month period for filing a defence did not start anew after the stay, but that the time elapsed before the stay counted towards the three-month period. 3. Thereafter, Esko asked the Court for leave to appeal against this decision and requested an extension of the time limit (R. 9.3 RoP) because of special circumstances. In the meantime, Esko asked also requested a change of language. The JR 1. On the same day of the request, the JR contacted the representatives of the parties, and the parties reached an agreement on an extended time limit for the defence and the further rounds of written submissions. Esko withdrew its request for leave to appeal. 2. The JR ordered in accordance with the parties’ agreement, noting that, because of the stay, an oral hearing within one year, as contemplated by the Rules, would in any event not be possible, so the slight further delay caused by the extension of the time limits was acceptable. Comment A quick reaction by the JR resulted in a reasonable outcome and less work for the Court and (potentially) the Court of Appeal.
Full Decision Text
Lokale Afdeling Brussel UPC_CFI_871/2026 Beschikking (Order) In toepassing van R. 9.3 RoP Van het Gerecht van Eerste Aanleg van het Eengemaakt Octrooigerecht (UPC) Lokale Afdeling Brussel Gewezen op 16 september 2026 EISER(S): In(k)control BV 9800 Deinze (België), E3-laan 43- 9800 Deinze (België) Vertegenwoordigd door: Kristof Neefs, advocaat (Inteo) Timothy Van de Gehuchte, advocaat (Portelio) Ellen Crabbe, octrooigemachtigde (Brantsandpatents) Hierna aangeduid als: Eiseres of IN(K)CONTROL VERWEERSTER(S): 1. Esko-Graphics BV 2. Esko Software BV Raymonde de Larochelaan 13, 9051 Gent (België) Raymonde de Larochelaan 13, 9051 Gent (België) Vertegenwoordigd door: Kristof Roox, advocaat (Crowell & Moring LLP) Jan-Diederik Lindemans, advocaat (Crowell & Moring LLP) Margot Horowitz, advocaat (Crowell & Moring LLP) Margaux Dejonghe, advocaat (Crowell & Moring LLP) Hierna gezamenlijk aangeduid als Hierna individueel aangeduid als: Verweersters of ESKO Verweerster 1 of ESKO-GRAPHICS Verweerster 2 of ESKO-SOFTWARE OCTROOI(EN) WAAROP HET GESCHIL BETREKKING HEEFT Octrooi nr. Octrooihouder(s) EP 3 841 735 IN(K)CONTROL BV PANEL/AFDELING: Voorzitter en Rechter-Verslaggever Samuel Granata Juridisch Gekwalificeerde Rechter Marije Knijff Juridisch Gekwalificeerde Rechter Daniel Voß BESLISSENDE RECHTER: Onderhavig beschikking (order) wordt uitgevaardigd door de Rechter-Verslaggever. UPC_CFI_871/2026 2 I. GEMEENSCHAPPELIJK VERZOEK TOT AANPASSING VAN CONCLUSIE-AGENDA EN BEOORDELING 1. Na uitvaardiging van een R. 296.3 RoP Beschikking op 3 september 2026 waarin de hervatte procedure-agenda werd bepaald, legde ESKO op 15 september 2026 een “Verzoek tot Toelating Hoger Beroep en tot Verlenging Termijn wegens Uitzonderlijke Omstandigheden (R. 220.2 RoP en R. 9.3. RoP)” neer. 2. De Judge-Rapporteur nam dezelfde dag contact op met de respectielijke raadslieden in een gezamenlijke CMS-communicatie en verzocht partijen in het licht van o.a. de proces-economie om een minnelijk akkoord te bereiken omtrent een conclusie-agenda. Dergelijk akkoord diende aan het Gerecht te worden meegedeeld middels gemeenschappelijk verzoek (waarin tevens werd verzocht standpunt in te nemen m.b.t. de gevolgen ervan voor de ingestelde verzoeken op 15 september 2026). Zou een dergelijk akkoord niet bereikt kunnen worden vóór 16 september 2026 (13u), werd aan IN(K)CONTROL de mogelijkheid gegeven om te reageren op de vermelde verzoeken (uiterlijk op 17 september 2026 (12u)). 3 Dergelijk gemeenschappelijk verzoek werd door het Gerecht ontvangen op 15 september 2026, hetgeen duidt op een proces-loyale houding van beide partijen. In dit gemeenschappelijk verzoek wordt als volgt verzocht: A. De partijen verzoeken het Gerecht om de termijn voor Esko voor de indiening van de memorie van verweer (en desgevallend de tegenvordering) te verlengen naar 2 november 2026. B. De partijen verzoeken het Gerecht ook om de eerstvolgende termijn(en) voor In(k)control voor repliek (en desgevallend verweer en hulpverzoeken bij een tegenvordering) in Regels 29 en 30 te verlengen naar 2 februari 2027. C. De daaropvolgende termijnen volgens Regel 32 worden niet geviseerd met dit verzoek. 4. Verder geeft ESKO aan dat zij afstand doet van haar verzoeken R. 9.3. RoP en R. 220.2. RoP ingesteld op 15 september 2026. 5. Voor de goede orde neemt het Gerecht er nota van dat ESKO geen afstand doet van haar interpretatie van R. 296.3 RoP (in het licht van de Beschikking van 3 september 2026) maar hiertegen dus geen rechtsmiddel zal aanwenden. 6. Het Gerecht aanvaardt de gemeenschappelijke verzoeken van partijen tot aanpassing van de conclusie-agenda en dit op grond van volgende motivering: • Het toekennen van de aangepaste conclusie-agenda bespaart beide partijen kosten en verlaagt tevens de werklast voor het Gerecht (zowel in eerste aanleg als in beroep). • Het toekennen van de aangepaste conclusie-agenda staat partijen toe om rekening te houden met het oordeel van het Hof van Beroep in UPC_CoA_73/2026 m.b.t. het verzoek van ESKO om de procestaal te wijzigen. Hieromtrent wordt aangegeven dat dergelijk oordeel niet wordt verwacht vóór de oorspronkelijke termijn van 2 oktober 2026 voor de indiening van de UPC_CFI_871/2026 3 memorie van verweer (en desgevallend de tegenvordering) door ESKO zoals opgelegd in de Beschikking van 3 september 2026. • De overeenkomstige verlenging van de eerstvolgende termijnen van IN(K)CONTROL verzekert de wapengelijkheid tussen de partijen. • Waar het Gerecht zich bewust is dat dergelijke aangepaste conclusie-agenda de behandeling van de procedure binnen de termijn van één jaar onmogelijk maakt (cf. Overweging 7 van de Pre-ambule bij de RoP) (waarbij eveneens reeds rekening dient gehouden te worden met de termijn van opschorting (tussen tussen 29 mei en 3 september 2026) in het licht van de niet- geslaagde onderhandelingen ter benaarstiging van een minnelijk akkoord), weegt dit volgens het Gerecht niet op tegen de proces-economische voordelen en een instaatstelling waarbij de partijen elkaar de nodige tijd gunnen om hun standpunten op scherp te stellen. III. BESCHIKKING (ORDER) 1. Het Gerecht legt volgende conclusie-agenda op: a. De termijn voor ESKO voor de indiening van de memorie van verweer (en desgevallend de reconventionele vordering tot nietigheid) wordt verlengd tot 2 november 2026 (18u). b. De eerstvolgende termijn(en) voor IN(K)CONTROL voor repliek (en desgevallend verweer en hulpverzoeken bij een reconventionele vordering tot nietigheid) (R. 29 RoP en R. 30 RoP) wordt verlengd tot 2 februari 2027 (18u). c. De daaropvolgende termijnen (cf. R. 32 RoP) worden niet geviseerd met deze Beschikking. 2. Het Gerecht neemt akte van de afstand die ESKO doet van haar verzoeken R. 9.3. RoP en R. 220.2. RoP ingesteld op 15 september 2026. Beschikking uitgevaardigd op 16 september 2026 door: Samuel GRANATA Voorzitter en Rechter-Verslaggever Juridisch Gekwalificeerde Rechter
Key Holdings
- The time elapsed prior to a stay counts towards the three-month period for filing a defence; the time limit does not automatically start anew upon resumption of the proceedings.
- The Judge-Rapporteur may grant an extension of time limits for the defence and subsequent rounds of written submissions pursuant to Rule 9.3 RoP based on agreement between the parties.
- A slight further delay caused by extending written submission deadlines is acceptable where a prior stay already renders an oral hearing within the one-year timeframe contemplated by the Rules impossible.
Tags
- Extension of time limits after a stay
- Stay of proceedings
- Time limits
- Defence
- Judge-Rapporteur